Slaaponderzoek

Bij vermoeden van slechte slaapkwaliteit kan een nachtelijk slaaponderzoek aangewezen zijn. Tijdens dit onderzoek is het de bedoeling om alle aspecten van de slaap in kaart te brengen. Een slaaptest verschilt van andere onderzoeken want u kan er gewoon doorheen slapen. We bevestigen heel wat apparatuur op het lichaam maar laat u hierdoor niet afschrikken: het onderzoek is niet pijnlijk of onaangenaam.

 

Opname en instrumenteren

De dag van het slaaponderzoek verwachten we u tussen 15 en 18 uur aan het onthaal van campus loofstraat. Een verpleegkundige komt u ophalen en begeleidt u verder naar de kamer. Indien u dit wenst, kunnen wij in een avondmaaltijd voorzien.

Er is geen specifieke voorbereiding nodig waardoor u uw gewone dagactiviteiten kan uitvoeren. U brengt best een pyjama (bij voorkeur met knopen), toiletgerief en eventueel wat leesmateriaal mee. Indien u slaapmedicatie neemt, beslissen we in samenspraak met de arts welke medicatie u mag innemen.

Voor het opstarten van de ‘instrumentering’ vraagt de verpleegkundige u om uw nachtkledij aan te trekken. Op die manier is het eenvoudiger om de apparatuur aan te brengen. We bevestigen een aantal elektroden en sensoren op het lichaam om een reeks parameters te kunnen registeren. Dit ‘instrumenteren’ neemt ongeveer één uur in beslag.

Bent u allergisch aan kleefstoffen, vermeld dit dan zeker aan de verpleegkundige.

Metingen

De hersengolven

De hersenen zenden voortdurend zwakke elektrische signalen uit. Met behulp van de computer kunnen we die versterken en zichtbaar maken met een curve. Deze signalen vormen een elektro-encefalogram of EEG. Aan de hand van kleine verschillen in die curve kan de arts bepalen hoe diep u slaapt. De hersenwerking is immers erg verschillend naarmate u wakker bent, slaapt of droomt. Om die hersenactiviteit te kunnen meten, bevestigt de verpleegkundige drie of zes elektroden (in de vorm van een klever) op de hoofdhuid. De elektroden zijn eenvoudig te verwijderen; u hoeft het haar niet af te scheren. Naast de elektroden in het haar komt er nog één achter beide oren en één op het voorhoofd.

De oogbewegingen

We bevestigen ook elektroden bij uw ooghoeken om de oogbewegingen te registreren. Op deze manier kunnen we afleiden of u al dan niet droomt in uw slaap. Tijdens het dromen bewegen de ogen zeer snel en dat wordt duidelijk weergegeven op het computerscherm.

De kinspierspanning

Twee elektroden, bevestigd met kleefband op de kin, meten de kinspierspanning. Ze geven de spanning of ontspanning van de kinspieren weer. Naarmate u dieper slaapt, zal de spierspanning ter hoogte van de kinspier afnemen. Dit zal helpen het stadium van uw slaap te bepalen.

De beenspierspanning

Rusteloze beenbewegingen tijdens de nacht kunnen de oorzaak zijn van een slechte nachtrust. Om dit na te gaan, brengen wij twee meetelektroden aan ter hoogte van beide voeten.

De hartfrequentie

Elektroden op de borst meten en registeren uw hartritme.

De ademhaling

We brengen twee spanningsmeters, die eruit zien als twee elastieken banden, aan rond de buik en borst. Door ze goed aan te sluiten, kunnen we elke beweging bij het in- en uitademen bekijken. Als u ‘s nachts een korte periode stopt met ademen, merkt de arts dit aan de platte lijn in plaats van de normale golvende curve op de computer. Dit zijn belangrijke meetpunten.

De positiemeter

Sommige mensen snurken alleen als ze op de rug liggen. Om de slaaphouding na te gaan, is er een houdingssensor bevestigd op de elastische band rond de borst.

De microfoon

Als snurken uw nachtrust verstoort, kunnen wij dit in het laboratorium vaststellen. Hiervoor kleeft de verpleegkundige een microotje op de borst.

Het zuurstofgehalte

Rond uw vingertop maken wij een sensorlampje vast dat rood oplicht wanneer het in werking is. Dit dient om het zuurstofgehalte in uw bloed continu te meten. Het zuurstofgehalte kan dalen, wanneer u ‘s nachts korte adempauzes vertoont.

De luchtstroming

Juist onder de neus, ter hoogte van de bovenlip, komen twee draadjes. Deze thermistor meet de afkoeling of verwarming van de lucht die in en uit de neus en mond stroomt bij het ademen. Zo registreren we een eventuele ademstop tijdens de slaap.

Als alle meetpunten aangebracht zijn, verbinden we die één voor één met een contactdoos. Die is op zijn beurt verbonden met de computer in een aangrenzende observatieruimte waar uw slaappatroon wordt geregistreerd. De verpleegkundige voert nog een kleine controletest uit waarbij u enkele bewegingen moet uitvoeren om de metingen te testen.

Na het instrumenteren, voor het slapen

Na het aanleggen van de elektroden hoeft u niet onmiddellijk te slapen. U kan gerust nog wat tv kijken of een boek lezen. De verpleegkundige geeft u dan ook een korte vragenlijst die u moet invullen. Doordat u bent aangesloten op allerlei apparaten geeft dit wel enige bewegingsbeperkingen. Toch kan u nog voldoende bewegen om uw gewone slaaphouding aan te nemen. We kunnen de definitieve verbinding met de computer uitstellen zodat u nog zonder problemen naar het toilet kan voor het slapengaan. Het is uiterst belangrijk dat u niet inslaapt voor de elektroden en sensoren met de computer verbonden zijn. Wanneer u slaapneiging ondervindt, verwittig dan de nachtverpleegkundige zodat we het onderzoek tijdig kunnen opstarten.

Slapen

De nachtverpleegkundige controleert of alle connecties gemaakt zijn en herhaalt nogmaals de kleine controletest om zeker te zijn dat de registratie op de juiste manier gebeurt. U hoeft zich niets aan te trekken van alle bedradingen zodat u kan genieten van een ongestoorde nachtrust. De totale registratie omvat 8 uur. De verpleegkundige volgt gedurende de nacht de gehele procedure. U kan altijd de verpleegkundige oproepen om naar het toilet te gaan of als u niet kan slapen. Normaal zal niemand u storen tijdens de nacht, tenzij er belangrijke elektroden losgekomen zijn.

Het ontslag

Omstreeks 7 uur zal een verpleegkundige u wekken en helpen om alle meetpunten los te maken. Het verwijderen van de sensoren neemt ongeveer 15 minuten in beslag. Op dat moment kan u het tweede deel van de vragenlijst invullen. Na het ontbijt kan u naar huis of naar uw werk. U wordt verzocht de kamer voor 8 uur ‘s morgens te verlaten om de dagdagelijkse werking van de dienst niet in het gedrang te brengen. Alle gegevens over uw slaap zijn nu zorgvuldig geregistreerd en bewaard zodat de arts ze kan analyseren. De resultaten worden met de arts op de eerder gemaakte afspraak besproken, normaal gezien een tiental dagen na het onderzoek.

Multipel slaap latentie test (m.s.l.t.)

Het is mogelijk dat de arts u uitnodigt om de dag na het nachtelijk onderzoek een bijkomende test te ondergaan. Deze lijkt sterk op de eerste test, maar hierbij probeert u overdag vijf maal een dutje (maximum 20 minuten om de 2 uur) te doen. Tijdens deze korte slaap controleren we dezelfde parameters als ‘s nachts. Het onderzoek richt zich daarbij vooral op de snelheid waarmee u inslaapt. Het is belangrijk dat u tussen de dutjes door niet inslaapt. U kan gerust wat lezen, tv kijken of een wandeling maken. De m.s.l.t. kan een noodzakelijke aanvulling zijn op de gewone slaaptest om een beeld te krijgen van uw slaperigheid overdag.

Voor meer inlichtingen kan u steeds terecht op het rechtstreekse nummer 056 63 33 40.