Longkanker

Wat is longkanker? 

Longkanker is een kwaadaardig gezwel in de longen. 

Dit treedt op wanneer normale cellen van het longweefsel plots ongecontroleerd beginnen te groeien. 

Soms verspreidt het kwaadaardig weefsel zich naar de omliggende organen en lymfeklieren, we noemen dit metastasen = uitzaaiiingen. 

Grosso modo zijn er 2 types longkanker, afhankelijk van grootte van de cellen onder de microscoop: 

  • Kleincellige longkanker:
    • ongeveer 10-15% van alle longkankers
    • de tumorcellen zijn kleiner dan gewone longcellen en zijn heel actief 
    • vaak is de ziekte al uitgezaaid op het moment dat er klachten ontstaan.
  • Niet-kleincellige longkanker: 
    • Meest voorkomende vorm van longkanker. 
    • Dit type longkanker groeit vaak trager en zaait minder snel uit dan kleincellige longtumoren. 
    • Niet-kleincellige longtumoren worden verder onderverdeeld in drie grote subgroepen: 
      • adenocarcinoom, 
      • plaveiselcelcarcinoom (= spinocellulair longcarcinoom)
      • grootcellig (=ongedifferentieerd) carcinoom

Wat zijn de symptomen van longkanker?

De symptomen van longtumoren zijn vaak heel aspecifiek en treden soms pas laattijdig op. 

Klassieke symptomen zijn:

  • Herhaalde luchtweginfectie zonder beterschap op antibiotica.
  • Ophoesten van bloed (= hemoptoë).
  • Kortademigheid.
  • Hardnekkige hoest.

Daarnaast zijn er vaak algemene klachten zoals vermagering, algemeen onwel zijn of koortsig aanvoelen. 

Soms zijn er klachten compatibel met uitzaaiingen van de longtumor, zoals botpijnen.

Hoe gebeurt de diagnose van longkanker?

Bij een vermoeden van longkanker, is het belangrijk een antwoord te kunnen geven op volgende vragen:

  • Over welke tumor gaat het?
  • Waar bevindt de tumor zich?  Hier wordt niet alleen de tumor in kaart gebracht maar wordt ook actief op zoek gegaan naar mogelijke uitzaaiingen. 

De onderzoeken bestaan uit:

  • CT scan van de longen.
    • stelt ons in staat de long en de klieren tussen de longen volledig in kaart te brengen.
  • Longfunctietesten.
    • via deze dynamische test kan men de longinhoud te weten komen.
  • PET-scan.
    • hierbij wordt een radioactieve vloeistof ingebracht die wordt opgenomen door de kwaadaardige cellen. Zo wordt de longtumor  en al dan niet zijn uitzaaiiingen beter zichtbaar.
  • Botscan.
    • laat ons toe te zoeken naar uitzaaiingen in het bot.
  • CT scan of echografie van de buik.
    • laat ons toe om uitzaaiingen in de buik (lever, bijnieren…) op te sporen. 
  • MR of CT scan van de hersenen.
    • laat ons toe om uitzaaiiingen in de hersenen op te sporen.
  • Ergospirometrie.
    • hierbij wordt nagegaan hoe goed je lichaam omgaat met inspanningen. Dit is voornamelijk belangrijk wanneer een operatie nodig is.

De diagnose wordt pas bevestigd na bekomen van een biopsie. Hierbij wordt een stukje longweefsel nagekeken onder de microscoop. Dit stukje longweefsel kan op verschillende manieren worden bekomen:

  • Bronchoscopie:
    • hierbij wordt met een camera in de luchtwegen gekeken en gaat men op zoek naar verdachte letsels. 
  • CT-geleide punctie.
    • wanneer de longtumor niet terug te vinden is via bronchoscopie, wordt de hulp ingeroepen van een collega radioloog. Deze gaat via CT scan of echografie de tumor in het licht stellen en gericht prikken om weefsel te bekomen.
  • EBUS: 
    • EndoBronchiale UltraSound (“echografie in de luchtweg”)
    • hierbij wordt met een camera in de luchtwegen gekeken en worden via een kleine echo-probe klieren rond de trachea in het licht gesteld en door middel van een punctie gebiopseerd
  • Thoracoscopie: 
    • Via een kijkoperatie.

Eenmaal deze onderzoeken zijn afgerond, worden alle resultaten verzameld en “multidisciplinair” besproken op een teamvergadering (MOC). 

Daar zijn zowel longspecialisten aanwezig, als gespecialiseerde radiologen, anatoom pathologen, chirurgen en radiotherapeuten. 

Een behandelingsplan wordt opgesteld per individuele patiënt.

Hoe wordt longkanker behandeld?

De behandeling is individueel sterk verschilldend van patiënt tot patiënt. Afhankelijk van de uitgebreidheid van de ziekte (stadium I tot en met IV), kunnen verschillende types van therapie overwogen worden. Soms wordt een combinatie van behandelingen voorgesteld. 

Behandeling met medicatie

Hierbij wordt gebruikt gemaakt van infuustherapie of medicatie onder de vorm van “pillen” om de tumor onder controle te krijgen.

 

 

Chemotherapie

  • celdodende medicatie. 
  • wordt meestal toegediend via infuus – doch bestaat ook in pillen

Doelgerichte therapie

  • deze therapievorm is momenteel enkel mogelijk bij niet-kleincellige longtumoren. 
  • de tumor dient een bepaalde moleculaire afwijking te hebben – dit wordt bepaald via oa. NGS (next generation sequencing) – een innovatieve techniek om afwijkingen in het DNA van kankercellen op te sporen
  • deze behandeling bestaat uit pilletjes die, net als een chronische therapie,  dagelijks ingenomen moeten worden.

Immunotherapie

  • dit is een nieuwe vorm van therapie waarbij ons eigen afweerstelsel wordt aangemoedigd/gereactiveerd, zodat het de kankercellen beter kan doden. 
  • Deze therapie wordt ook toegediend via infuus.

Bestraling

  • Bestraling of radiotherapie is de behandeling van kanker met radioactieve straling. Deze bestraling komt uit een stralingstoestel, waarbij de stralen door de huid heen het tumorweefsel aanvallen. 
  • Deze therapie wordt in sessies onderverdeeld. 1 sessie duurt ongeveer 15 à 20 minuten en wordt dagelijks herhaald. De hoeveelheid sessies hangt af van het type tumor en wordt vooraf bepaald. 

Chirurgie

  • soms kan een longoperatie overwogen worden. 
  • hierbij verwijdert de chirurg het kwaadaardig gezwel. Hoeveel wordt verwijderd hangt af van de vorm, grootte en locatie van de tumor.