Tuberculose

Tuberculose bacilTuberculose is een infectieziekte, veroorzaakt door de bacil van Koch. Een bacil is een type bacterie. De meest voorkomende vorm van de ziekte is longtuberculose. De bacteriën kunnen zich soms verplaatsen in het lichaam via bloed- en lymfevaten, waardoor ook andere organen kunnen aangetast worden zoals bijvoorbeeld de beenderen of de lymfeklieren.

België

Tuberculose is geen echte volksziekte meer, maar is ook nog niet uit het straatbeeld verdwenen. De cijfers blijven wel langzaam dalen.

In 2014 werden in België 959 nieuwe gevallen vastgesteld. Dit is een incidentie van 8,6/100 000 inwoners. België behoort daarmee tot een van de laagste incidentielanden wereldwijd.

Wereld

In 2014 ontwikkelden 9,6 miljoen mensen tuberculose en stierven er 1,5 miljoen. De incidentiecijfers verschillen sterk van land tot land. Dit kan je zien op de overzichtskaart. Tuberculose veroorzaakt meer sterfte bij volwassenen dan alle andere infectieziekten samen.

Verspreiding

Tuberculose wordt gewoonlijk overgebracht via de lucht. Als iemand met besmettelijke longtuberculose hoest, niest, lacht, of zelfs praat komen bacteriën vrij in de lucht. Door het inademen hiervan kunnen andere personen geïnfecteerd worden. De bacteriën worden niet overgedragen via aanraking, handdruk, zoen, gebruik van hetzelfde glas, bord of hetzelfde toilet.

Het is enkel in zeer specifieke situaties (bvb een labo) dat transmissie op andere manieren kan gebeuren. Overdracht via objecten of voeding is tegenwoordig zo goed als uitgesloten.

Infectie

Een infectie met tuberculose loop je niet zomaar op. Je wordt geïnfecteerd door het inademen van de ziektekiemen.

Een persoon met een besmettelijke longtuberculose brengt bacteriën in de lucht via hoesten, praten, lachen, niezen. De bacteriën kunnen in kleine, donkere, afgesloten ruimtes enkele dagen in leven blijven.

Een goede ventilatie en het binnenlaten van veel zonlicht (UV-stralen) zullen de bacteriën snel uit de lucht verwijderen. Besmetting in de open lucht is daarom onwaarschijnlijk.

Wanneer je bacteriën inademt, zal het eigen lichaam proberen deze af te weren via slijm en trilhaartjes in de longen. In 50% van de gevallen lukt dit en worden de bacteriën opnieuw uitgestoten. Het risico op besmetting wordt onder meer beïnvloed door de mate van besmettelijkheid van de zieke, de frequentie van contact en de eigen weerstand.

Er is dus 50% kans dat de ingeademde bacteriën de weg naar de longen vinden en zich in de kleine longblaasjes nestelen. Daar vermenigvuldigen ze zich en veroorzaken een lokale ontstekingsreactie. Dit noemen we infectie.

In de meerderheid van de gevallen (90%) geeft een infectie geen ziekteverschijnselen. De bacteriën blijven latent of slapend aanwezig in de longen en er ontstaat een soort balans tussen de bacteriën en het eigen immuunsysteem. Het lichaam houdt de bacteriën onder controle. De persoon zelf merkt hier niets van en heeft dan ook geen klachten of symptomen.

Iemand die besmet is maar niet ziek, kan nooit iemand anders besmetten. De tuberculinehuidtest zal dan positief  zijn en de longfoto normaal. Vanaf dat moment spreken we van een latente tuberculose-infectie (LTBI).

Slechts 10% van de personen die geïnfecteerd worden met tuberkelbacteriën, worden ooit ziek.

Ziekte

Slechts 10% van de geïnfecteerde personen zullen effectief ziek worden. De bacteriën in de longen zullen zich verder vermenigvuldigen en het longweefsel aantasten. Dit kan leiden tot ziekteverschijnselen. Het aangetaste longweefsel kan verweken, zodat een soort holte ontstaat gevuld met vocht en bacteriën. Deze holte, of caverne, kan openbarsten in de luchtwegen en op deze manier grote hoeveelheden tuberkelbacteriën naar de buitenlucht toe verspreiden. Dit is de vorm van tuberculose die andere mensen kan infecteren.

Het is ook mogelijk dat iemand met tuberculoseziekte niet besmettelijk is, bijvoorbeeld indien er in geval van longtuberculose geen tuberkelbacteriën in de luchtwegen terechtkomen. Er worden evenmin bacteriën in de lucht gebracht wanneer tuberculose voorkomt in een ander orgaan dan de longen.

Iemand met besmettelijke longtuberculose is na enkele weken correcte behandeling niet langer besmettelijk. De persoon is wel nog ziek en heeft nog een hele tijd medicatie en opvolging nodig, maar zolang de geneesmiddelen correct wordt ingenomen zal hij/zij niemand meer besmetten.

Zonder correcte behandeling blijven bacteriën zich vermenigvuldigen en het longweefsel verder aantasten met mogelijk een fatale afloop tot gevolg.

Symptomen

De meest voorkomende klachten bij tuberculose zijn:

  • een aanslepende hoest, vaak met fluimen
  • verminderde eetlust
  • gewichtsverlies
  • pijn aan de borstkas
  • (hoge) koorts
  • nachtzweten
  • vermoeidheid

Opgelet: deze klachten zijn weinig typisch en treden niet allemaal tegelijk op. Het is zelfs mogelijk dat iemand geen van deze klachten vertoont en toch tuberculose doormaakt.

Diagnose

1. Tuberculinehuidtest

De tuberculinehuidtest (THT), ook Mantouxtest of intradermotest genaamd, is een huidtest die aantoont of iemand al dan niet geïnfecteerd is met tuberkelbacteriën. Dit geeft nooit uitsluitsel of iemand ziek is, hiervoor moeten nog andere onderzoeken gebeuren.

Bij een THT wordt er een kleine hoeveelheid vloeistof (tuberculine) ingespoten in de huid van de voorarm. Tussen drie en vijf dagen na het plaatsen van de test moet het resultaat afgelezen worden. De THT is onschadelijk en mag ook aan jonge kinderen of zwangere vrouwen worden toegediend.

Afhankelijk van de reactie die op de injectieplaats geconstateerd wordt, zal de test negatief of positief beoordeeld worden. De THT reageert positief als iemand een tuberculose-infectie heeft.

2. Röntgenfoto

Een röntgenfoto van de longen is een onderzoek waarmee afwijkingen van de longen kunnen worden vastgesteld. Indien de longfoto afwijkingen vertoont, ontstaat een vermoeden van ziekte.

De persoon moet altijd doorverwezen worden naar een longspecialist om het eventuele vermoeden van tuberculose te bevestigen. De diagnose kan enkel bevestigd worden via bijkomende onderzoeken zoals het microscopisch onderzoek van de fluimen.

3. Microscopisch onderzoek

Microscopisch onderzoek van de fluimen is een onderzoek dat de diagnose van tuberculose al dan niet bevestigt. Het is mogelijk dat direct microscopisch onderzoek negatief is omdat er onvoldoende bacteriën aanwezig zijn in het te onderzoeken staal (fluimen). De tuberkelbacteriën vermenigvuldigen zich zeer traag, waardoor het tot 8 weken kan duren voor er zekerheid bestaat of op een kweekbodem kolonies van tuberkelbacteriën gegroeid zijn. Het is mogelijk dat direct microscopisch onderzoek negatief is, maar het resultaat van een kweek/cultuur toch nog de diagnose van tuberculose bevestigt.

Besmettelijkheid

Wanneer is een persoon met tuberculose besmettelijk? 

Een persoon met tuberculose is besmettelijk als bij onderzoek van de fluimen (vaak wordt de term ‘sputum’ gebruikt) tuberkelbacteriën kunnen worden aangetoond. Fluimen worden onderzocht onder de microscoop en ook op kweekbodem of cultuur gezet.

Indien bacteriën niet in voldoende aantal aanwezig zijn in de fluimen, zijn ze niet zichtbaar onder de microscoop. Op een kweekbodem vormen de bacteriën kolonies en zullen zij wel zichtbaar worden. Een negatief resultaat op direct microscopisch onderzoek geeft dus geen uitsluitsel.

Een goede hoesthygiëne verkleint de kans dat anderen besmet geraken. De zieke hoest met de hand voor de mond in een papieren zakdoek en wendt het gezicht af.

Behandeling

Voor het stellen van de diagnose en het opstarten van de behandeling kan de patiënt opgenomen worden in het ziekenhuis. De opname gebeurt op een isolatiekamer (met onderdruk), om het risico op besmetting van andere patiënten en van zorgverstrekkers te verminderen. Er mag bezoek komen, mits dragen van een TBC masker en mits goede hoesthygiëne van de patiënt. Na uitvoeren van de nodige onderzoeken (radiologie, onderzoek van fluimen, bloedonderzoek, soms bronchoscopie..) wordt de behandeling zo snel mogelijk gestart. 

Tuberculose kan volledig genezen worden met antibiotica. De behandeling moet gedurende minstens 6 maanden worden genomen en bestaat meestal uit 3 à 4 geneesmiddelen (tuberculostatica). Wanneer de bacteriën ongevoelig blijken te zijn voor één (of meer) van de gebruikelijke tuberculostatica, kan de arts besluiten de behandeling voort te zetten met een aangepast behandelingsschema.

Belangrijk is alle voorgeschreven geneesmiddelen regelmatig en steeds op hetzelfde tijdstip in te nemen en de behandeling niet voortijdig af te breken. Zoniet kan de ziekte terugkomen en bestaat het risico dat het nu om een veel moeilijker te behandelen vorm gaat (omdat de bacteriën dan ongevoelig zijn geworden voor bepaalde antibiotica: ‘resistentie’).

BronVlaamse vereniging voor respiratoire gezondheidszorg en tuberculosebestrijding vzw